Wie is bang voor wie? – Over autisme en tandartsbezoek

kind in de stoel bij de tandarts

Gepost door Lotte Kraaikamp

december 11, 2025

Soms blijkt niet het kind met autisme bang te zijn voor de tandarts, maar is het juist andersom. Dit merkten we toen we met onze zoon met autisme naar de tandarts gingen. Deze blog gaat over de zaken waar we toen tegenaan liepen en hoe we die oplosten voor zowel onze zoon als de tandarts.

Wel of geen tandpasta

Toen onze zoon nog klein was, had hij geen enkel probleem met ons halfjaarlijkse tandartsbezoek. Hij zag het zelfs als een uitje: hij mocht in een coole stoel liggen die allerlei standen had. Hij deed zijn mond open, telde met de tandarts zijn tanden en kiezen en dan was hij klaar. Als beloning mocht hij een speeltje uitkiezen. Vaak een stuiterbal, waar hij zich de rest van de dag prima mee vermaakte. Tot zover was er niets aan de hand.

De problemen ontstonden toen hij ouder werd. Door zijn autisme lukte het hem namelijk niet om zijn tanden met tandpasta te poetsen. De tandarts vond tandpasta echter noodzakelijk, het was volgens hem ‘de enige manier’ om een gebit goed te verzorgen. Bij ieder bezoek herhaalde dezelfde discussie zich: de tandarts hamerde op het gebruik van tandpasta en wij zeiden dat onze zoon dat niet kon.

Tot een oplossing die voor beiden haalbaar en acceptabel was, kwamen we niet.

Verstoorde prikkelwaarneming

Veel mensen met autisme hebben een verstoorde prikkelwaarneming en -verwerking. Prikkels komen anders binnen: harder, heftiger en ongefilterd. Het verschilt per persoon voor welke prikkels iemand overgevoelig is en in welke mate.

Onze zoon is vooral overgevoelig voor tactiele prikkels (aanraking, stoffen op de huid) en prikkels in het mondgebied (smaken, geuren, texturen). Deze gevoeligheden zorgden voor problemen met het eten en met het gebruik van alledaagse verzorgingsproducten zoals zeep, doucheschuim, shampoo, deodorant, zonnebrandcrème en dus ook tandpasta.

Hij kon deze producten simpelweg niet verdragen. Per product moesten wij daarom zoeken naar een alternatief dat voor ons acceptabel én voor hem haalbaar was. Zo had hij zijn haren gemillimeterd, douchte hij twee keer per dag en bedekte hij ’s zomers vaak zijn huid met kleding om de zon te vermijden.

Voor tandpasta hadden we echter nog geen alternatief gevonden en ook onze tandarts kon ons daar niet verder mee helpen.

Inzien van het nut is belangrijk

Naast zijn overgevoeligheid speelde er nog iets anders mee: onze zoon moet ergens zélf het nut van inzien. Hij neemt niet zomaar iets van een ander aan. Iedereen weet dat je gaatjes krijgt als je je tanden niet goed verzorgt en dat fluoride je tanden beschermt. Alleen is dat verband niet direct zichtbaar: je krijgt niet de volgende week meteen gaatjes als je zonder tandpasta poetst.

Tegelijkertijd geldt dat onze zoon zich over zijn weerstand heen kan zetten, als hij ergens het nut van inziet en er geen goed alternatief voor handen is.

Omdat het verband tussen tandpasta en gaatjes voor hem niet concreet genoeg was, moesten we dus op zoek naar een andere vorm van gebitsverzorging die hij wél kon verdragen. Die zoektocht vroeg tijd, geduld en begeleiding en dat was bij onze eigen tandarts niet mogelijk.

Overstap naar bijzondere tandheelkunde

Daarom stapten we over naar bijzondere tandheelkunde. Daar werkt, naast de tandarts, een assistente die cliënten begeleidt bij alles rondom mondverzorging. Ook wordt er meer tijd uitgetrokken voor afspraken, waardoor er ruimte is voor de ondersteuningsbehoeften van de cliënt.

Samen gingen de assistente en onze zoon op zoek naar een manier van gebitsverzorging die paste bij zijn gevoeligheden. Stapje voor stapje kwamen zij uit op het volgende:

Twee keer per dag (’s ochtends en ’s avonds):

  • kiezen: poetsen met een elektrische borstel en water
  • tanden: poetsen met een handtandenborstel en water (de elektrische borstel was daarvoor te pijnlijk)

Eén keer per dag (’s avonds):

  • voor- en hoektanden boven en onder: tandenstokers
  • mondspoelwater (als gedeeltelijke vervanging van tandpasta)

De eerste periode bezocht hij deze praktijk om de drie maanden. De tandarts deed de controles, de assistente maakte tandplak zichtbaar en gaf poetsinstructies: ze leerde hem de juiste borstelstand, poetstijd en de hoeveelheid mondspoelwater. Thuis volgde hij de instructies trouw op.

Na enige tijd wees de tandarts ons op een nieuwe tandpasta: zonder smaak en zonder schuim. Onze zoon wilde het wel proberen. De tube lag eerst een half jaar onaangeroerd in de badkamer. Maar toen hij er zelf aan toe was, begon hij de tandpasta beetje bij beetje te gebruiken en kon hij naar een gewone tandarts terug.

“Ik merk helemaal niet dat hij autisme heeft”

Toen ik aan  onze oude tandarts vroeg of onze zoon terug kon komen, wist hij niet goed wat hij moest antwoorden. Hij wist nog goed dat onze zoon destijds was vertrokken vanwege zijn autisme. Uit zijn houding merkte ik op dat hij het spannend vond. Uiteindelijk zei hij dat onze zoon mocht terugkomen, maar dan wilde hij wel dat ik meekwam.

Toen het zover was, ging ik met mijn zoon mee. Uit alles bleek de onzekerheid en angst van de tandarts. Waar de wachtkamer normaal vol zat, waren wij de enigen. Ook bij vertrek was die nog leeg: hij had voor ons extra tijd ingepland.

Voor de controle van het gebit nam de tandarts ongebruikelijk veel tijd. Hij liet niets aan het toeval over. Onze zoon kon met een eigen spiegel meekijken en hij lichtte alles toe wat hij deed. Onze zoon lag rustig in de stoel en antwoordde netjes op de vragen die de tandarts stelde.

De tandarts was ook erg geïnteresseerd in de tandpasta waarmee onze zoon zijn tanden nu wel kon poetsen, zodat hij dit ook aan andere mensen met een overgevoeligheid voor tandpasta kon aanraden.

Toen de controle klaar was en de tandarts inzag dat hij zich onterecht zorgen had gemaakt, constateerde hij verbaasd: “Ik merk helemaal niet dat hij autisme heeft. Hij is net zoals iedereen”.

De meeste mensen met autisme zijn geen Rainman of Good Doctor

De reactie van de tandarts symboliseert hoe veel mensen naar autisme kijken. Als ze geen mensen met autisme van dichtbij kennen, baseren ze hun beeld vaak op de personages uit films zoals Rain Man of series als The Good Doctor, waarin mensen met autisme extreem gedrag laten zien of zomaar boos worden. Wat veel mensen niet weten, is dat dit soort gedrag meestal pas ontstaat als iemand met autisme overprikkeld is, overvraagd wordt of zich onveilig of niet begrepen voelt.

Door het bieden van structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid kunnen zij prima functioneren. Op die momenten merk je niets van het autisme en gedragen zij zich net als ieder ander.

Voor onze zoon was het essentieel dat hij de tijd en rust kreeg om stap voor stap te onderzoeken wat haalbaar was. De tandarts leerde op zijn beurt hoe hij zélf invloed heeft op de vraag of autisme een beperking vormt of dat iemand gewoon kan zijn wie hij is.

Een win-winsituatie voor iedereen.

Call to action: Deel dit artikel — Met elkaar creëren we meer begrip rondom autisme.

Andere blogs van Autikracht..
Een kind met autisme: leven in een voortdurende spagaat

Een kind met autisme: leven in een voortdurende spagaat

Leven met een kind met autisme betekent leven in een voortdurende spagaat. Tussen structuur en flexibiliteit, tussen rust bewaren en ontwikkeling stimuleren, tussen wat goed is voor één kind en wat het hele gezin nodig heeft. Elke dag vraagt om keuzes die nooit perfect zijn, maar wel bewust. Keuzes die vaak onzichtbaar blijven voor de buitenwereld, maar die binnen een gezin alles bepalen.

Lees meer